15 Oct 2020
blog

Vervoeren of doen vervoeren? Klein verschil met een (juridische) wereld van verschil aan gevolgen

Blog

Dit blog behandelt op basis van een recent arrest van het Hof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2020:2624) de vraag of een overeenkomst moet worden gekwalificeerd als een vervoerovereenkomst, dan wel een overeenkomst van doen vervoeren, een expeditie-overeenkomst. 

 

Het onderscheid is niet altijd even makkelijk te maken. De juiste kwalificatie is van groot belang, aangezien er een (juridische) wereld van verschil aan gevolgen is. Zo is een vervoerder aansprakelijk voor de schade ontstaan tijdens het vervoer en kan hij zijn aansprakelijkheid niet door middel van algemene voorwaarden beperken. 

 

Five Star heeft in opdracht van bakkerij X werkzaamheden verricht in verband met een transport van een partij snacks van Bursa, Turkije naar Amsterdam. Er is sprake van gecombineerd vervoer (in dit geval over weg en over zee). Op 7 september 2016 vangt het vervoer aan. Op 8 november 2016 is de container op een oplegger over de weg vervoerd van Rotterdam naar X in Amsterdam. Na aankomst van de container in Amsterdam heeft X vastgesteld dat (een groot deel van) de snacks was/waren bedorven.

 

In deze zaak heeft Five Star betaling gevorderd van onbetaald gebleven facturen. Bij vonnis heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam de vordering toegewezen. In reconventie heeft X gevorderd de vervoerovereenkomst met Five Star en haar te ontbinden en Five Star te veroordelen tot betaling van transportkosten en aanvullende schadevergoeding.

 

De rechtbank oordeelde dat de vorderingen zijn verjaard. Zij heeft de verjaringsvraag beoordeeld naar Nederlands recht en overwogen dat de vorderingen zijn verjaard, indien deze verjaring niet uiterlijk op 8 november 2017 is gestuit (een jaar na aanvang van de dag, volgende op de dag van aflevering, zie artikel 8:1711 BW in verbinding met artikel 8:1722 BW). Daartegen zijn geen grieven gericht. Vervolgens heeft de rechtbank geoordeeld dat in dit geval de verjaring niet is gestuit. Tegen dat oordeel is wel gegriefd. De grief dat de verjaring in de tussentijd is gestuit slaagt. Zie daarvoor r.o. 3.5.

 

Het onderwerp van deze blog behandelt een andere vraag die werd opgeworpen, namelijk de vraag of de overeenkomst tussen Five Star en X een vervoerovereenkomst is, dan wel een overeenkomst van doen vervoeren, een expeditie-overeenkomst?

 

Vervoerovereenkomst vs. expeditie-overeenkomst?

De expeditie-overeenkomst is geregeld in artikel 8:60 BW e.v. De expeditie-overeenkomst is een overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen, waarbij de expediteur zich jegens zijn opdrachtgever verbindt tot het ten behoeve van zijn opdrachtgever met een vervoerder sluiten van één of meer overeenkomsten van vervoer. Als er tijdens het vervoer ladingschade ontstaat, heeft de expediteur normaal gesproken geen wanprestatie gepleegd. Mocht een expediteur een fout maken in de uitvoering van de expeditie-overeenkomst, denk aan een onbetrouwbare vervoerder, kan de expediteur vanzelfsprekend aansprakelijk zijn.

 

Anders dan bij aansprakelijkheid van vervoerder (die van semi-dwingende aard is), is de aansprakelijkheid van de expediteur van regelend recht. In de praktijk regelt de expediteur de aansprakelijkheid tussen partijen door de Nederlandse Expeditievoorwaarden (‘FENEX-voorwaarden’) van toepassing te verklaren.

 

De vervoerovereenkomst is de overeenkomst waarbij de vervoerder zich tegenover zijn opdrachtgever (de afzender) verbindt zaken te vervoeren. Van belang is te beseffen dat ook de opdrachtnemer die niet zelf de goederen vervoert (de zogenaamde ‘papieren vervoerder’) valt onder deze definitie. Op de vervoerder rust de verplichting om de ten vervoer ontvangen goederen zonder vertraging op de bestemming af te leveren in de staat waarin hij deze heeft ontvangen. Als sprake is van ladingschade ontstaan tijdens het vervoer, dan is de vervoerder daarvoor in beginsel aansprakelijk.

 

Kortom, in geval van ladingschade is uitgangspunt dat de vervoerder wél en de expediteur niet aansprakelijk is. Daarnaast kan de vervoerder (door het (semi-)dwingend vervoerrecht) zijn aansprakelijkheid niet beperken door middel van algemene voorwaarden.

Aangezien de beide vormen zeer dicht bij elkaar liggen en de consequenties groot kunnen zijn, zie je een zaak met de vraag of sprake is van doen vervoeren dan wel vervoeren met enige regelmaat voorbijkomen.

 

Als er twijfel bestaat over welke soort overeenkomst ontstaan is, moet het Haviltex-criterium toegepast worden. De bewijslast ligt bij de partij die stelt expediteur te zijn.

 

Terug naar de casus

Five Star heeft aangevoerd dat de tussen X en haar gesloten overeenkomst kwalificeert als expeditie-overeenkomst. Hiertoe heeft Five Star een beroep gedaan op een aantal omstandigheden. Het hof acht die omstandigheden onvoldoende:

 

1. Een bezoekrapport van 25 januari 2016.

 Hof: ‘De zinsnede “He wanted to do this transport with Five Star” wijst eerder op vervoer dan op expeditie.’

 

2. De tekst international forwarding agent op de homepage van de website van Five Star.

 

3. De omschrijving (onder meer expediteurs en tussenpersonen) en codering (SBI 52291) van de activiteiten van Five Star in het handelsregister.

 

4. De naam Five Star Services B.V. in plaats van Five Star Transport B.V.

Hof: ‘Aan de wijze waarop Five Star zich aan het publiek presenteert op haar website, in het handelsregister en in haar naam, komt slechts beperkt gewicht toe. Het gaat immers vooral om de vraag hoe Five Star zich daadwerkelijk aan [X] heeft gepresenteerd.

 

5. De omstandigheid dat Five Star geen eigen vervoermiddelen heeft.

Hof: ‘De omstandigheid dat Five Star geen eigen vervoermiddelen heeft, staat er op geen enkele manier aan in de weg dat zij als vervoerder vervoersovereenkomsten kan sluiten en uitvoeren.

 

6. De vermelding in een e-mail aan de Bakkerij van Shipco Transport Ltd. als het contact in Turkije.

 

7. De stelling dat Five Star in verband met de partij snacks een vervoerovereenkomst heeft gesloten met Shipco.

Hof: ‘De opgave van de gegevens van “het contact in Turkije” in de e-mail van 6 juli 2016 vormt op zichzelf ook geen indicatie voor expeditie. Shipco is de feitelijke vervoerder die de goederen komt ophalen. De opgave van haar gegevens past ook goed bij de situatie waarin Five Star als vervoerder is ingeschakeld en Shipco als ondervervoerder.

 

8. De standaardverwijzing naar de FENEX-voorwaarden in de e-mails van Five Star.

Hof: ‘De enkele standaardverwijzing onderaan de mails naar de “Dutch Forwarding Conditions” en naar de “general FENEX conditions” is van onvoldoende gewicht voor het oordeel dat Five Star bij het aangaan van de overeenkomst voldoende duidelijk aan [X] kenbaar heeft gemaakt dat zij niet als vervoerder, maar als expediteur wilde optreden.’

 

9. E-mails van 9 en 19 september 2016 van Shipco, waaruit volgens Five Star blijkt dat Breadhouse documenten van Shipco, waaronder een cognossement, rechtstreeks naar [X] heeft gestuurd.

Hof: ‘Wat er zij van de door Five Star ingeroepen e-mails van 9 en 19 september 2016 van Shipco, ook daaruit kan niet worden afgeleid dat Five Star zich tegenover [X] als expediteur heeft gepresenteerd, noch dat [X] ervan is uitgegaan dat zij Five Star had ingeschakeld als expediteur.

Verder stelt het hof dat X er terecht op heeft gewezen dat de factuur van Five Star een ‘all in rate’ vermeldt. Dit is kennelijk een tegenprestatie voor vervoer. Dat is een indicatie dat sprake is van een vervoerovereenkomst, aldus het hof.

De overeenkomst wordt dus gekwalificeerd als een vervoerovereenkomst, met voor Five Star alle gevolgen van dien.

 

Tips

Enkele tips voor de praktijk om te voorkomen dat een partij als vervoerder wordt aangemerkt:

  • Hij moet duidelijk maken (offerte, e-mail handtekening enzovoort) dat hij zal doen vervoeren.
  • Facturen voor ‘doen vervoeren’. Separaat aangeven wat kosten voor vervoer zijn.
  • In correspondentie verwijzen naar FENEX-voorwaarden (Let op: alleen het verwijzen naar FENEX-voorwaarden is gezien de behandelde uitspraak onvoldoende).
  • Het feitelijk uitbesteden van het vervoer.

 

Als tussenpersoon is het van belang om bij de partijen die in de boeken staan als expediteur de hiervoor genoemde tips langs te lopen om te beoordelen of daaraan is voldaan. De kans is namelijk gering dat een ‘expediteur’ een verzekering heeft voor aansprakelijkheid als gevolg van ladingschade.

Keywords

Aansprakelijkheidsrecht
Algemene voorwaarden
Expediteur
FENEX
Vervoerder
Vervoerrecht

Auteur(s)

Flip van Huizen

Advocaat bij JPR Advocaten