
De zorgplicht van de juridisch adviseur
Blog
Wanneer een juridisch adviseur advies verstrekt aan een cliënt moet hij voldoen aan de zorgplicht van een goed opdrachtnemer. Hij moet handelen op een manier zoals van een redelijk en vakbekwaam adviseur verwacht mag worden. In een uitspraak van 21 mei 2021 (ECLI:NL:HR:2021:753) buigt de Hoge Raad zich over deze zorgplicht.
Het geschil
In deze zaak exploiteren eisers een horecagelegenheid in het gebied de Spoorzone. De gemeente heeft vanaf 2003 plannen ontwikkeld om de Spoorzone te herstructureren, waarbij in het ontwerpbestemmingsplan van 2007 de horecagelegenheid van eisers wordt wegbestemd. Eisers huren een pand dat in 2009 in verhuurde staat is gekocht door de gemeente. Vanaf medio mei 2009 worden onderhandelingen gevoerd tussen eisers en de gemeente omtrent de beëindiging/afkoop van de huurovereenkomst. Eisers laten zich hierbij bijstaan door een juridisch adviseur. Per brief doet de gemeente op 10 januari 2011 eisers een eindbod ten bedrage van € 180.000 plus € 5.000 voor de deskundigenkosten. De juridisch adviseur heeft de gemeente op 14 februari 2011 namens eisers bericht dat zij het eindbod van € 180.000 aanvaarden, maar dat zij € 15.000 wensen te ontvangen voor de afkoop van alle deskundigenkosten en dat nog vijf punten nader geregeld moeten worden. De gemeente interpreteert deze reactie als een afwijzing van het aanbod. Na verdere onderhandelingen stuurt de gemeente op 25 augustus 2011 een brief, waarin zij aangeeft dat door het niet instemmen met het eindbod dit als verworpen wordt beschouwd. Dit markeert het eindpunt van de onderhandelingen tussen eisers en de gemeente. Eisers procederen hier nog over tegen de gemeente, maar worden in het ongelijk gesteld en treffen later een minder gunstige regeling met de gemeente.
Eisers vorderen een verklaring voor recht dat de juridisch adviseur niet heeft gehandeld zoals van een redelijk en vakbekwaam adviseur verwacht mag worden en dat hij aansprakelijk is voor de door hen geleden schade. De rechtbank heeft de vordering afgewezen en het hof heeft dit vonnis bekrachtigd. Het hof heeft onder meer overwogen dat het voor eisers duidelijk had moeten zijn dat het niet gaaf aanvaarden van het eindbod een risico met zich meebracht dat uiteindelijk een slechter resultaat geboekt zou worden. Hierbij acht hij van belang dat eisers de concepttekst van 14 februari 2011 van de juridisch adviseur hebben gelezen en akkoord bevonden. Ook hebben eisers het gehele onderhandelingstraject met de gemeente doorlopen en het had voor eisers duidelijk moeten zijn dat de urgentie bij de gemeente gezien gewijzigde omstandigheden was verminderd om een regeling te treffen. Het had voor eisers duidelijk moeten zijn dat sprake was van een eindbod en geen uitnodiging tot verder onderhandelen en dat het niet gaaf aanvaarden dan ook risico’s met zich meebracht. De juridisch adviseur had eisers dus niet aanvullend schriftelijk hoeven te waarschuwen. Hoewel de juridisch adviseur de onderhandelingspositie van eisers tegenover de gemeente kennelijk rooskleuriger heeft ingeschat dan zij in werkelijkheid was, betekent dit niet dat hij niet heeft voldaan aan de zorgplicht, aldus het hof. De juridisch adviseur heeft tijdens de onderhandelingen namelijk gehandeld op een manier die aansluit op de wensen van de eisers, waarbij het niet enkel ging om de schadeloosstelling maar ook om de overige zes kwesties.
In cassatie wordt door eisers bestreden dat de juridisch adviseur geen waarschuwingsplicht had. Er wordt onder meer geklaagd dat zonder nadere motivering niet begrijpelijk is dat eisers moesten begrijpen dat het tegenvoorstel van 14 februari 2011 dat namens hen werd gedaan, juridisch werd beschouwd als een verwerping wegens het niet gaaf aanvaarden van het aanbod, waardoor het voorstel van de gemeente verviel. Ook zou het hof zijn uitgangspunt onvoldoende hebben gemotiveerd door niet kenbaar een aantal stellingen van de eisers mee te wegen. Deze stellingen houden kortgezegd in dat eisers enkel horeca-ervaring hadden en geen ervaring hadden met zakelijke conflictsituaties of met onderhandelen en juist daarom de juridisch adviseur in de arm hadden genomen, dat de juridisch adviseur wist van de zorgelijke financiële situatie van eisers, dat bij niet onvoorwaardelijke aanvaarding van het voorstel van de gemeente het risico groot was dat geen overeenkomst tot stand zou komen, dat de deskundigekosten van ondergeschikte betekenis waren, dat eisers de concept-reactie van de juridisch adviseur pas op 14 februari 2011 voorgelegd kregen terwijl deze direct verzonden moest worden, dat de juridisch adviseur heeft doen voorkomen dat ook na het tegenvoorstel het eindbod nog geaccepteerd zou kunnen worden en dat de juridisch adviseur meende dat er overeenstemming was over het eindbod met alleen nog een verzoek tot verhoging van de deskundigekosten.
De Hoge Raad vindt beide klachten gegrond. Het is zonder nadere motivering niet begrijpelijk waarom het voor eisers ook zonder afzonderlijke waarschuwing duidelijk moest zijn dat het niet gaaf aanvaarden van het eindbod het risico in zich droeg dat uiteindelijk een slechter resultaat zou worden geboekt. Daarnaast kunnen de door eisers genoemde omstandigheden van invloed zijn op de inhoud van de zorgplicht van de juridisch adviseur jegens eisers en kunnen deze tevens van belang zijn voor het antwoord op de vraag of de juridisch adviseur eisers afzonderlijk had moeten waarschuwen. Het hof heeft echter verzuimd deze omstandigheden kenbaar in zijn oordeelsvorming te betrekken. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst het geding naar het hof Arnhem-Leeuwarden ter verdere behandeling.
Bespreking
Volgens de A-G is de kern van deze zaak de vraag of sprake is van informed consent. Oftewel, wisten eisers wat het tegenvoorstel juridisch betekende en had de juridisch adviseur daarvoor moeten waarschuwen? Het is dus de vraag of eisers bekend waren met de juridisch-technische aanbod- en aanvaardingsmaterie. Net als de A-G ben ik van mening dat dit niet zonder meer onderdeel is van de basiskennis bij eisers. Dit blijkt te meer nu eisers bewust een juridisch adviseur inschakelden om hen bij te staan tijdens het proces. Zij zijn uitgegaan van zijn advies, zonder bekend te zijn met de mogelijke juridische consequenties van het tegenvoorstel. En dat is ook niet zo raar, want de juridisch adviseur had dit zelf klaarblijkelijk ook niet helder op zijn netvlies, nu hij meende dat het nadien nog gerepareerd kon worden, zodat het eindbod niet van tafel zou zijn. Mogelijk leidt dit in de procedure na de verwijzing dus alsnog tot aansprakelijkheid van de juridisch adviseur.
Keywords
Auteur(s)
_w500.png)