14 Nov 2025
blog

Uitglijden op een glad parkeerdek: eigenares aansprakelijk

Blog

In dit blog wordt een vonnis besproken dat de rechtbank Amsterdam op 24 oktober 2025 in een bodemzaak wees. De procedure ging over de vraag of de eigenares van een parkeerdek bij een winkelcentrum aansprakelijk was voor de schade van een ongeval op 17 januari 2023. Eisende partij was toen namelijk ten val gekomen bij het uitstappen uit haar auto op het die dag erg gladde parkeerdek. De rechtbank oordeelde dat Retail Property, de eigenares van het parkeerdek, aansprakelijk was, dit op grond van onrechtmatige gevaarzetting.

Eiseres reed in januari 2023 met haar auto naar het bovenste parkeerdek van een winkelcentrum dat op dat moment erg glad was door ijsvorming. Bij het uitstappen uit haar auto gleed zij direct weg met haar linkerbeen/voet terwijl haar rechterbeen nog bekneld zat in de auto met als gevolg dat zij haar rechterbovenbeen brak. Zij kon zelf niet overeind komen, maar een medewerker van het bedrijf dat door Retail Property was ingeschakeld voor het bestrijden van de gladheid zag het ongeval gebeuren schoot haar te hulp en belde de ambulance.

 

Eiseres heeft Retail Property aansprakelijk gesteld voor haar schade. Zij moest namelijk tien dagen in het ziekenhuis doorbrengen en vervolgens wekenlang revalideren. Het bot in haar bovenbeen herstelde ook daarna niet volledig. De situatie was dusdanig dat eiseres niet opnieuw mocht vallen cq. haar rechterbovenbeen breken, omdat er dan een grote kans op rolstoelgebondenheid zou bestaan.

 

De aansprakelijkheidsverzekeraar van Retail Property wees aansprakelijkheid af. Daarop startte eiseres een procedure bij de rechtbank. Daarin vorderde zij o.a. een verklaring voor recht dat Retail Property aansprakelijk is voor de door haar geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade en veroordeling tot betaling van die schade, op te maken bij staat. Volgens Retail Property was het ongeval een ongelukkige samenloop van omstandigheden, waarvoor haar geen verwijt treft.

 

De rechtbank benadrukte in de uitspraak dat het tussen partijen vaststond dat eiseres was gevallen door uitglijden bij het uitstappen uit haar auto. Als uitgangspunt in het aansprakelijkheidsrecht geldt, zo oordeelde de rechtbank, dat ieder zijn eigen schade draagt, hetgeen ook geldt bij uitglijden. Uitzonderingen op deze regel doen zich voor wanneer er sprake is van een gebrekkige opstal (artikel 6:174 BW) of onrechtmatige gevaarzetting (artikel 6:162 BW).

 

De rechtbank oordeelde vervolgens dat in deze zaak sprake was van onrechtmatige gevaarzetting, hetgeen betekende dat Retail Property aansprakelijk werd gehouden voor de schade van eiseres. De rechtbank kwam tot die conclusie door het wegen van de zogenoemde Kelderluikcriteria, zoals de Hoge Raad die in het gelijknamige arrest van 5 november 1965 formuleerde. Volgens dit arrest moet worden beoordeeld of degene die een gevaarlijke situatie veroorzaakt rekening had moeten houden met het feit dat anderen mogelijk niet de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid betrachten en of er daarom veiligheidsmaatregelen hadden moeten worden genomen. Daarbij wordt gekeken naar de mate van waarschijnlijk dat de vereiste oplettendheid of voorzichtigheid ontbreekt, de kans dat daaruit ongevallen ontstaan, de ernst van de mogelijke gevolgen daarvan en de mate van bezwaarlijkheid van de te nemen (veiligheids)maatregelen. Deze criteria moeten, aldus de Hoge Raad en in casu ook de rechtbank, in samenhang worden beschouwd.

 

Toegepast in deze zaak oordeelde de rechtbank hierover het volgende. Volgens het weerbericht van 17 januari 2023 was het die dag enkele graden boven nul. De openbare wegen waren niet glad. Er was daarmee geen sprake van zichtbare gladheid en eiseres was als bezoeker van het winkelcentrum daarom ook niet op gladheid bedacht. Retail Property was dit echter wel nu er al meermalen door de winkeliers van het winkelcentrum was geklaagd dat het parkeerdek spiegelglad was en er tevens was verzocht om zout te strooien. Ook was er hierdoor al eerder die maand een valpartij geweest op datzelfde parkeerdek. Het risico op ongevallen was daarmee voor de eigenaar concreet en voorzienbaar, aldus de rechtbank. Uitglijden van een bezoeker kan ook tot ernstig letsel leiden, zoals in deze zaak ook bleek. Tegen die achtergrond, zo oordeelde de rechter, mocht het van de eigenaar van het parkeerdek verwacht worden dat deze maatregelen zou nemen om het gevaar weg te nemen of in elk geval te beperken. Retail Property had bovendien zelf ook de opdracht gegeven om te strooien, hetgeen bevestigt dat zij zich van het gevaar bewust was. Toen het zout op 17 januari 2023 op bleek te zijn had hij er dan ook niet voor mogen kiezen het parkeerdek zonder maatregelen open te laten voor bezoekers maar had hij het dek tijdelijk geheel of gedeeltelijk moeten afsluiten, bijvoorbeeld door pionnen, linten of hekken te plaatsen. Ook hadden er waarschuwingsborden bij de in- en uitgangen geplaatst moeten worden. Die maatregelen waren eenvoudig te nemen en kosten weinig tijd en middelen. Door dit niet te doen had de eigenaar het risico op ongevallen onnodig laten voortbestaan, aldus de rechtbank, hetgeen tot aansprakelijkheid op basis van artikel 6:162 BW leidde.

 

De mogelijkheid van aansprakelijkheid met betrekking tot een gebrekkig opstal behoefde daarmee geen bespreking meer en kon volgens de rechtbank in de procedure ook nog niet worden vastgesteld omdat daarvoor nadere bouwkundige, technische en andere gegevens over de staat van het parkeerdek nodig waren.

 

Het beroep op eigen schuld van eiseres werd ook verworpen omdat er volgens de rechtbank door eiseres niet bewust een risico was genomen of onvoorzichtig was gehandeld: zij had geen gladheid gevoeld omdat zij rustig het parkeerdek op was gereden.

 

Daarmee was de Retail Property aansprakelijk en diende de volledige schade van eiseres door Retail Property vergoed te worden. De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres toe.

 

Enkele korte overwegingen bij deze uitspraak:

(1) De uitkomst van deze zaak is juridisch goed te volgen. Eiseres had met een veelvoud aan gegevens duidelijk voldoende in de procedure ingebracht om te kunnen voldoen aan haar stelplicht en, gezien de betwisting, de tevens op haar rustende bewijslast. Daarmee kon zij ontzenuwen dat van haar meer oplettendheid had mogen worden verwacht (hetgeen altijd een verplichting van de weggebruiker is) of dat sprake was van eigen schuld (artikel 6:101 BW) en voldoende aannemelijk kon maken dat van de eigenaar in de gegeven situatie (veel) meer maatregelen gevraagd hadden mogen worden.

(2) Opmerkelijk is dat de rechtbank in de uitspraak een scherp onderscheid aanhoudt tussen de grondslagen van de artikelen 6:162 en 174 BW in deze zaak terwijl het juridisch toetsingskader sinds HR 17 december 2010 (Dijkdoorbraak Wilnis) met de toepassing van de

Kelderluikcriteria voor beide artikelen in grote lijnen hetzelfde is (zie hiervoor recent nog r.o. 4.13 van ECLI:NL:RBNHO:2025:11860 en r.o. 3.6 van ECLI:NL:RBMNE:2024:5776).

Keywords

Aansprakelijkheid
Aansprakelijkheidsrecht
Burgerlijke rechtsvordering
Glad
Kelderluikcriteria
Onrechtmatige daad
Uitglijden
Verbintenissenrecht

Auteur(s)

Dirk van der Wulp

Advocaat aansprakelijkheid/letselschade bij Jeroen Bosch Advocaten te 's-Hertogenbosch

LinkedIn