24 Dec 2025
blog

Shockschade: confrontatie blijft vereist

Blog

Shockschade is immateriële schade die ontstaat als iemand door de confrontatie met een onrechtmatige daad of de gevolgen daarvan geestelijk letsel oploopt. Niet iedere schokkende gebeurtenis geeft recht op vergoeding van shockschade. De Hoge Raad heeft de afgelopen jaren in verschillende arresten de voorwaarden voor het toekennen van een shockschadevergoeding uitgewerkt. In een recent arrest van 11 november 2025 heeft de Hoge Raad nog eens bevestigd dat confrontatie met de onrechtmatige daad of de gevolgen daarvan een vereiste blijft.

Eerdere rechtspraak

 

Taxibus

In het bekende Taxibus-arrest oordeelde de Hoge Raad voor het eerst dat iemand die een ander (het primaire slachtoffer) door een onrechtmatige daad doodt of verwondt, ook onrechtmatig kan handelen tegenover een derde (het secundaire slachtoffer) bij wie de confrontatie met die onrechtmatige daad of de gevolgen daarvan een hevige emotionele schok teweegbrengt.

 

De Hoge Raad formuleerde in dit arrest een aantal cumulatieve vereisten waaraan moet zijn voldaan om voor een shockschadevergoeding in aanmerking te komen:

  • het primaire slachtoffer is door de overtreding van een verkeers- of veiligheidsnorm gedood of gekwetst;
  • de derde heeft het ongeval waargenomen of is direct geconfronteerd met de ernstige gevolgen daarvan; en
  • door deze waarneming is een hevige emotionele schok veroorzaakt, waaruit geestelijk letsel voortvloeit.

 

Na het Taxibus-arrest werd in de feitenrechtspraak verschillend geoordeeld over de vraag in welke gevallen vergoeding van shockschade mogelijk was. Dat vormde voor de Hoge Raad aanleiding om zijn rechtspraak te verduidelijken.

 

Hoogeveen

In het Hoogeveen-arrest overwoog de Hoge Raad dat aan de hand van onder meer de volgende gezichtspunten kan worden beoordeeld of onrechtmatig is gehandeld ten opzichte van het secundaire slachtoffer (r.o. 3.5):

  • De aard, de toedracht en de gevolgen van de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad.
  • De wijze waarop het secundaire slachtoffer wordt geconfronteerd met de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad en de gevolgen daarvan. Daarbij kan onder meer worden betrokken of hij door fysieke aanwezigheid of anderszins onmiddellijk kennis kreeg van het onrechtmatige handelen jegens het primaire slachtoffer, of dat hij nadien met de gevolgen van dit handelen werd geconfronteerd. Bij een latere confrontatie kan een rol spelen in hoeverre zij onverhoeds was. Bij het aan dit gezichtspunt toe te kennen gewicht kan meewegen of het secundaire slachtoffer beroepsmatig of anderszins bedacht moest zijn op een dergelijke schokkende gebeurtenis.
  • De aard en hechtheid van de relatie tussen het primaire slachtoffer en het secundaire slachtoffer, waarbij geldt dat bij het ontbreken van een nauwe relatie niet snel onrechtmatigheid kan worden aangenomen.

 

De feitenrechter moet aan de hand van onder meer deze gezichtspunten in hun onderlinge samenhang beschouwd van geval tot geval te beoordelen of sprake is van onrechtmatigheid. Daarbij komt niet op voorhand aan een van de gezichtspunten doorslaggevende betekenis toe. Als een van de gezichtspunten geen duidelijke indicatie voor het aannemen van onrechtmatigheid geeft, kan onrechtmatigheid desondanks worden aangenomen als de omstandigheden daarvoor, bezien vanuit de overige gezichtspunten, voldoende zwaarwegend zijn.

 

Verder oordeelde de Hoge Raad dat bij het secundaire slachtoffer sprake moet zijn van geestelijk letsel dat naar objectieve maatstaven is vastgesteld. Er hoeft geen sprake te zijn van een formele psychiatrische diagnose. Daar werd eerder door feitenrechters vaak wel vanuit gegaan. Als een deskundige, zoals een psychiater, huisarts of psycholoog, rapporteert dat sprake is van geestelijk letsel, kan de rechter een shockschadevergoeding toewijzen, ook als in die rapportage geen diagnose van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld wordt gesteld.

 

Arrest van 11 november 2025

Het Hoogeveen-arrest leidde onder andere tot de vraag of ook een indirecte confrontatie met een onrechtmatige daad of de gevolgen daarvan voldoende kon zijn om een vergoeding van shockschade toe te kennen. Uit het arrest van 11 november 2025 wordt duidelijk dat dit niet het geval is.

 

Achtergrond

De zaak gaat over een schietpartij waarbij iemands partner werd neergeschoten. Zij las in een app-bericht dat er een schietpartij in haar straat had plaatsgevonden en dat iemand gewond was geraakt. Zij vreesde dat haar partner het slachtoffer was. Van de politie vernam zij uiteindelijk dat het inderdaad ging om haar partner en dat hij naar het ziekenhuis was gebracht. Zij heeft haar partner vervolgens een aantal uren later in het ziekenhuis gezien, nadat hij was geopereerd en weer bij kennis was.

 

In het strafproces dat volgde voegde mevrouw zich als benadeelde partij en stelde onder andere een shockschadevordering in.

 

Hof

Het hof wees de shockschadevordering af, omdat naar zijn oordeel niet voldaan was aan het confrontatievereiste. Het hof overwoog:

 

Hoewel het hof begrijpt dat benadeelde partij [benadeelde 2] op de dag van de aanslag een zenuwslopende, emotioneel gezien zware tijd heeft doorgemaakt, die ook naderhand nog zijn tol heeft geëist, is er naar het oordeel van het hof geen sprake van een voor de toekenning van shockschade vereiste confrontatie met de jegens [benadeelde 1] gepleegde onrechtmatige daad of de gevolgen daarvan.

 

Mevrouw heeft het delict en/of het daardoor veroorzaakte letsel niet zelf niet gezien. Uit de feiten is ook niet gebleken dat het zien van haar partner in het ziekenhuis heel confronterend was.

 

Hoge Raad

De Hoge Raad laat dit oordeel van het hof in stand. De Hoge Raad bevestigt daarmee dat voor het confrontatievereiste onvoldoende is dat het secundaire slachtoffer via een app-bericht of telefonisch verneemt over een ernstig incident en het primaire slachtoffer later in het ziekenhuis ziet, terwijl hij al is geopereerd en bij bewustzijn is.

 

Conclusie

De Hoge Raad houdt vast aan een strikte toepassing van het confrontatievereiste. Slechts een directe en ingrijpende confrontatie met de onrechtmatige daad of de gevolgen daarvan kan leiden tot toekenning van shockschade. Indirecte en latere confrontaties zijn in beginsel onvoldoende, maar de uiteindelijke beoordeling hangt steeds af van alle feiten en omstandigheden van het geval.

Keywords

Aansprakelijkheidsrecht
Confrontatievereiste
Immateriële schade
Schadevergoeding
Shockschade

Auteur(s)

Annelijn Bloo-Kroes

Advocaat bij Achmea Verzekeringsadvocaten

LinkedIn