De kennisgevingsplicht in beweging - cassatie en de koers van de A-G
Artikel 7:929 lid 1 BW bepaalt dat de verzekeraar die ontdekt dat de verzekerde zijn mededelingsplicht heeft geschonden, de gevolgen daarvan slechts kan inroepen als hij de verzekerde binnen twee maanden wijst op (i) de schending en (ii) de mogelijke gevolgen daarvan. Sinds het arrest Sasagar/Vivat in 2023 is deze kennisgevingsplicht in beweging, maar de door de Hoge Raad gegeven invulling leidt (nog) niet tot uniforme rechtspraak. De bal ligt nu wederom bij de Hoge Raad naar aanleiding van een cassatieberoep tegen het arrest van het hof Den Haag van 19 november 2024 (ECLI:NL:GHDHA:2024:2538). In dat kader heeft advocaat-generaal Lindenbergh eind 2025 zijn conclusie genomen (21 november 2025, ECLI:NL:PHR:2025:1288). Deze conclusie staat centraal in dit artikel.
1. Aanleiding
In 2023 werd de vraag opgeworpen of de Hoge Raad de kennisgevingsplicht met het arrest Sasagar/Vivat heeft verduidelijkt.1 Dat (b)leek niet het geval: gezien de stroom aan (tegenstrijdige) jurisprudentie sinds Sasagar/Vivat is van e...
Voor het lezen van dit artikel is een abonnement nodig. Login of vraag een abonnement aan.
Geen abonnement?
Dank voor uw bezoek! Als bezoeker van VAST kunt u onze blogs en wetenschappelijke artikelen inzien, alsmede een indruk krijgen van de noten en praktijkgerichte artikelen. Om alles in te kunnen zien dient u zich als abonnee aan te melden. Der eerste zes weken is nu bovendien gratis kennismaking.
Neem een abonnementKeywords
Auteur(s)

